Wednesday, January 21, 2009

Mooi als pijnlijk: Taste of Cherry

Over de film "Taste of Cherry" van regisseur Abbas Kiarostami, winnaar gouden palm Cannes 1997

door
Ramin Farahani (geschreven in 1998)


In de film "Taste of the cherry" is de rijpheid van een persoonlijke stijl te zien, waar Kiarostami jarenlang aan heeft gewerkt. Eenvoud en subtiliteit, twee vaste aspecten van zijn films zijn hier in deze film sterker dan ooit aanwezig. Ondanks enorme beperking van verhaal elementen en zelfs visuele elementen, blijft de film effectief. Kiarostami weet heel goed hoe je onderscheid moet maken tussen wat je technisch gezien niet mag elimineren en wat je esthetisch gezien wel mag weg laten. Zo ontstaan er bijvoorbeeld kale maar prachtige landschappen vanuit het raam van een zwervend auto, of lange maar interessante discussie scenes tussen hoofdpersonage en toevallige lifters. "Mobiele bioscoop", zo noemt het Kiarostami zelf. Dit soort radicaal beperken van de camera-standpunt is kenmerkend voor de werkwijze van regisseur, zowel in deze film als in de twee voorafgaande films van hem (Ook in latere film, de Wind zal ons mee nemen 1999).


De soberheid waarmee de zwerftocht van een mobiele mens wordt weergegeven, brengt je onverstoord bij de eenzaamheid waaronder deze mens lijdt. Juist door weg laten van ruimtes en ellementen die aan de verwachtingspatroon van de kijker zouden voldoen, wordt je beter in staat gesteld om geestelijke leegtes te observeren die je anders als van zelfsprekend zou hebben beschouwd.
Door zijn beperkende stijl heeft Kiarostami ook een goede antwoord gegeven op de vraag: hoe je met een documentairachtige matschappelijke aanpak, zo'n filosofische kwestie op zijn meest eenvoudige manier tot de uitdrukking kunt brengen.

Achtergrond definieert de voorgrond en andersom. Er is wel diepte maar geen perspectief. Alles is plat gedrukt aan het raampje van een auto die de close up van een man in verband brengt met de long shot van een maatschappij. Er ontbreekt een dimensie in het geheel die door zijn ontbreken te voelen is: een mate van vrijheid om verder te gaan dan die auto gaat. De vrijheid om over de onvrijheid te spreken waardoor deze man in depressie is geraakt. De alomvattende werkelijkheid wordt daarom geminimaliseerd tot een paar twistscenes en verwijzingen. Bewust of onbewust ontleent Kiarostami hier een kenmerkend aspect van de Perzische miniatuur en slaagt erin om deze in een filmische vorm om te toveren tot een soort "abstract-realisme" die toepasselijk is voor zijn thema.


Ondanks empatyserende stijl, wekt de film vooral in de laatste minuten veel emoties op. De sterke identificatie met de hoofdpersonage wordt vooral veroorzaakt doordat wij vanaf het begin intensief betrokken raken bij de doelstelling van Badiie. Eerst wordt je nieuwsgierig gemaakt en dan heel gedetailleerd en uitdrukkelijk op de hoogte gesteld van de wijze waarop hij begraven wil worden. Daarom krijgt zijn graf een bovennatuurlijke uitstraling. Het voelt enger dan een echte graf. Het is ook een graf dat als de kern en refrein functioneert in de film en tevens het gevoel van de dood bij ons tot het leven roept. Een onheilspellende bestemming ver gelegen onder een boompje op de helling van een heuvel, waar we iedere keer naar terug keren.


Het doet je soms denken aan de terugkerende shot van de heuvel met een boom er boven, in de oudere film van regisseur, "Waar staat het huis van mijn vriend?". Het verschil is echter dat het hier aan pastorale vreugde ontbreekt. De zoektocht van Kiarostami die vanaf "Waar staat het huis..." begonnen is, komt deze keer ook niet aan zijn einde. Badiie, het wanhopige gezicht van Kiarostami, met zijn bittere toon, helemaal vervreemd met de drukke stad en alle attracties van het leven, is op zoek naar iemand die na zijn geplande zelfmoord, schepjes aarde op zijn lijk zou willen gooien. Een lijk die in anonimiteit wil begraven worden. Of door een vage vrees, niet verscheurd wil worden door de kraaien in de buurt, die de wreedheid van de dood illustreren.

Teleurgesteld in het vinden van iemand die hem zou begraven na de zelfmoord, doopt Badiie zich in de opgeblazen stofwolkjes van de funderingsactiviteiten op de heuvel. Een soort onbekende verlangen om begraven te worden, stuurt hem steeds weer naar de veilige armen van de moeder aarde. Symboliek is impliciet aanwezig. Badiie praat nooit direct over zijn probleem. De filosofische pijn van hem wordt via zijn zoektocht en via vraag en antwoord scenes aanvoelbaar gemaakt. Reactie van een jonge soldaat die door het verzoek van Badiie op vlucht slaat, verbeeldt de angst voor de dood. En het antwoord van een islamitische seminarist of beter gezegd de aankomende mulla, laat ons de nutteloosheid van het religieuze sofisme te zien tegenover iemand die sterke argumenten heeft om tegen God's wil niet verder te hoeven leven.



Alleen een oudere man (van beroep taxidermist!) begrijpt iets van Badiie's probleem en weet hem van het graf naar het leven te brengen; van de droge lege hevels naar de levende streken.
Het verhaal van deze taxidermist die ooit door de smaak van vruchten afzag zich aan een boom op te hangen, klinkt geloofwaardiger dan welk sofistische argumentatie dan ook. Desondanks belooft hij Badiie te helpen bij zijn plan. Badiie (Kiarostami) reageert echter niet op zijn optimisme, om zodoende het oordeel aan de kijker over te laten.


De attracties van het leven zie je hierna in de vrolijkheid van de spelende kinderen of in de glimlach van een meisje die Badiie vraagt een foto te maken. Het doet Badiie terug te rijden naar de werkplaats van de taxidermist. De spanning ontstaat hier vooral door de vraag of Kiarostami zelf (samen met Badiie) niet in de val van het clichematige optimisme loopt. Terugkijkend blijkt dat het niet meer dan een moment van twijfel is geweest. Sterk genoeg echter om ook ons aan het twijfelen te brengen. Een twijfel die essentieel is voor een tragische afloop. De laatste minuten van de film creeren daarom gemengde gevoelens.


In het donker voor de zonsopgang, bereidt Badiie zijn zelfmoord voor. De camera houdt afstand en blijft achter het raam van Badiie's flat. Juist deze afstand brengt je dichterbij de waanhoop, angst en eenzaamheid waarmee hij worstelt. Een soort transcendentale werking waarbij je de inmiddels verzonken informatie en de ingehouden emoties gedurende een verlossende eindscene kunt herroepen en loslaten. Het zijn alleen wij die weten waar Badiie aan toe is. Dat hij achter gordijnen van zijn flat geen koffie drinkt maar pillen inslikt om nooit meer wakker te worden. Dat hij de deur niet uit gaat om op zijn werk te komen, maar om naar zijn graf te rijden. De onderbuurman weet er niets van. Niemand in die donker vroege ochtend is bewust over zijn lot.


Dat zijn alleen wij die weten waar de bochtige weg op de heuvels naar toe leidt. Dat het de laatste keer zou zijn dat Badiie die weg afrijdt. De taxichauffeur die hem daar afzet, zal het niet weten. Daarom zijn wij het die ontroerd raken door een laatste sigaretje dat Badiie aansteekt, zittend voor zijn graf. De enorme stad die daaronder ligt te schitteren, weet er niets van. Als het straks lichter wordt, gaat de stad weer haar leven beginnen, terwijl er iemand zo eenzaam aan zijn einde komt. Hoeveel Badiie's verbergt die grote stad in zich?


Geen sentimentele uitputing. Gewoon een beheerst tafereel op de juiste plaats. Jij weet dit alles, en nog een man ergens in de stad. Maar de volstrekt ironische kant van dit weten houd je tegen om van die ene Taxidermist een redder te willen maken; als er nog iets te redden valt. Jij weet het en jij lijdt cathartisch onder dit weten omdat je de tragische afloop niet kunt tegen houden. Door het angstige gezicht van Badiie die in het donkere graf ligt, zie je je eigen gezicht, als je ooit aan zelfmoord hebt gedacht. Een gezicht dat na een onweer, in de absolute duisternis had kunnen verzinken, voorgoed. Zo'n duisternis waarop geen beeld meer volgt. Slechts de stem van het regen op een zwarte scherm. Een eind dat zowel mooi als pijnlijk had kunnen zijn.

Kiarostami heeft later een video scene aan het eind van de officiele versie van de film geplakt, waarin de echte crew en Badiie zelf klaar zijn met de opnames en terug gaan naar hun dagelijkse leven. Een geplakte semi-happy end dus. Daarom is het ook mogelijk om naar een bestaande zwarte einde te verlangen. Interactie van versies zou je het noemen!

Artikel uit 1998. Napublicatie met toestemming van de auteur
Ramin Farahani

1 comment:

Anonymous said...

goede start